Goed meten is écht weten

Goed meten is écht weten

Goed meten is écht weten.

De manier waarop en waarmee je het water test is van groot belang. Stripjes waarop meerdere waardes tegelijk kunnen worden afgelezen zijn doorgaans onnauwkeurig. Dit is vaak het gevolg van foute opslag (te vochtig, waardoor de strip al een reactie heeft gegeven) of te weinig of teveel water op de strip (te lang of te kort in het water gehouden). Tevens kunnen de kleuren in elkaar overlopen wanneer de meetpunten dicht bij elkaar op de strip zijn geplaatst.

Investeer liever in een goede druppelset. Elektronische meetapparatuur kan ook goede diensten bewijzen, mits deze apparatuur regelmatig geijkt wordt. Let er bij testsets op, dat de houdbaarheidsdatum niet wordt overschreden en controleer regelmatig aan de hand van het testen van je kraanwater, of je testset nog doet wat hij moet doen. Van je kraanwater kun je immers de waardes opvragen op internet, zodat je op die manier je testset kunt “ijken” en controleren.

Test het water bij voorkeur bij kamertemperatuur. Als het vijverwater te koud of te warm is, kan dit (kleine) meetafwijkingen geven. De meeste testsets zijn afgestemd op kamertemperatuur. Laat een bakje vijverwater, voordat je met het meten begint, daarom eerst een half uurtje binnen acclimatiseren. De eventuele zuurstoftest dien je direct met vijverwater uit te voeren. De temperatuur is immers rechtstreeks van invloed op het zuurstofgehalte van het water.

Daarnaast is de manier waarop je meet van belang. Vaak dien je een reageerbuisje te vullen met een bepaalde hoeveelheid water, bijvoorbeeld 5, 10 of 20 milliliter. Goed lezen is dan van belang, daar voor de verschillende testen vaak verschillende hoeveelheden water nodig zijn. Vul de schone reageerbuis met het juiste aantal milliliters vijverwater met behulp van een schone pipet of injectiespuit zonder naald. Hierdoor kun je zeer nauwkeurig de benodigde hoeveelheid water doseren.

Let ook goed op het aantal benodigde druppels reageervloeistof. Ook dit verschilt vaak per test of zelfs per flesje binnen één test. Sommige flesjes dienen voor gebruik geschud te worden. Houd de druppelflesjes reageervloeistof altijd volledig op de kop tijdens het druppelen. Zo vormen zich volledige druppels die allen even groot zijn. Gebruik de eerste druppel niet voor uw meting, maar druppel deze in het afvalwater bakje. Ten eerste voorkom je dat eventuele vervuiling uit de dop of van de hals van het flesje de meting verstoord en ten tweede zit in de eerste druppel soms lucht en is deze dus onvolledig. Maak, indien nodig, dan ook het flessenhalsje schoon voor je begint. Sommige reageervloeistoffen kunnen klonteren of kristalliseren.

Wanneer u de waarde dient te bepalen door de kleur van de vloeistof met de bijgeleverde kleurenkaart te vergelijken, doe dit dan bij voorkeur bij daglicht (maar niet in de zon) en van bovenaf. U kijkt dus van bovenaf in het reageerbuisje dat naast de kleurverdeling hebt geplaatst. Het kan voorkomen dat uw vijverwater van zichzelf al iets gekleurd is. Houdt hier rekening mee bij de bepaling van de waarde op de kleurenkaart. Vul hiervoor, ter vergelijk, één reageerbuisje met alleen vijverwater. Leg de kleurenkaarten niet in de felle zon want dan kunnen ze, onder invloed van UVC licht, verkleuren. Spoel zowel tussentijds als na de metingen de reageerbuisjes goed schoon. Droog de reageerbuisjes en kleurenkaarten goed af met bijvoorbeeld een stuk keukenrol na afloop van de metingen. Bewaar uw testset tenslotte op een koele (niet in de ijskast, vanwege de kans op kristalvorming), donkere en droge plaats.

Auteur: Joop van Tol
Kijk voor meer interessante artikelen op: Koi.Today

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *